angst

Wat als?

Ik moet u waarschuwen voordat u verder leest. Deze blog is wat minder luchtig dan u van mij gewend bent. Ik vind het namelijk nodig om eens uitgebreid stil te staan bij de risico’s waar u zich niet van bewust bent. Helaas zijn de tijden daar naar.

Want het is aan de orde van de dag: bedrijven gaan failliet. En ja, dat is tegenwoordig al lang geen schande meer. Werd een faillissement voorheen vooral als brevet van onvermogen van de ondernemer gezien, tegenwoordig lijkt het alsof het iedereen kan overkomen. Er gaan dus bedrijven failliet. Deze bedrijven laten vaak grote schulden achter bij crediteuren die begrepen dat het even moeilijk was. Niet zelden leidt het ene faillissement tot het volgende.

En wat gebeurt er bij u als u plotseling geen opdrachten meer krijgt? Wat gebeurt er als er plotseling niet één, maar drie grote klanten failliet gaan en u naar uw geld kunt fluiten? Veel ondernemers denken dat zij hun zaakjes goed hebben geregeld. Vele van u hebben een BV-structuur “uit het boekje” met minimaal twee BV’s. Vaak ook nog een tussenholding waarin het onroerend goed is ondergebracht en één of meerdere werk BV’s. Ooit opgericht op advies van de accountant om fiscale redenen en voor toekomstige verkoop. Wat vaak vergeten wordt, is dat in een dergelijke structuur juridische spelregels gelden die heel abstract overkomen, maar van uiterst belang zijn in het geval een faillissement dreigt of wanneer u moet saneren en misschien het faillissement van bijvoorbeeld één werkmaatschappij moet aanvragen. Ik wil u aan de hand van een aantal praktijkvoorbeelden laten zien waar het tóch onverwacht mis kan gaan.

Overtollige liquide middelen worden vaak in de holding ondergebracht. Maar als u wilt dat de holding dat geld ook mag houden, oftewel er ook recht op heeft, dan zullen de aandeelhouders van de uitkerende vennootschap daarvoor een formeel dividendbesluit moeten nemen. Heel simpel en zomaar geregeld, maar vaak vergeten.

Als u daar toch naar kijkt, kijk dan eens naar de onderlinge vorderingen en schulden tussen de vennootschappen. Vaak vergeten, want er wordt alleen geconsolideerd gekeken. Maar let wel: een vordering bij de ene BV is vaak een concurrente crediteur bij de andere. En hoe gaat dat als de curator langskomt: de vordering wordt opgeëist en voor de concurrente schulden is vaak geen geld. Een simpel betaalrondje kan wonderen doen.

En hoe staat de bank er eigenlijk in? Heeft u één financiering voor de hele club (een zgn. concernfinanciering)? Dan kan het faillissement van één dochtermaatschappij wel eens het einde van de totale financiering betekenen. Vaak zijn er bij het aangaan van de financiering zekerheden verstrekt die inmiddels niet meer nodig zijn. Ga eens na of deze onderlinge verbanden er uit kunnen. Al zou u alleen maar uw holding buiten schot kunnen houden, dan heeft u al heel wat bereikt.

En hoe staat de fiscus er eigenlijk is? Omwille van het gemak zie ik veel fiscale eenheden voor de vennootschapsbelasting en de omzetbelasting. Let wel dat een fiscale eenheid ook betekent dat alle vennootschappen in de fiscale eenheid hoofdelijk aansprakelijk zijn voor het geheel. In de meeste gevallen kan de fiscale eenheid worden opgeheven. Actiepunt voor 1 januari?

Dan nog de publicatieverplichting. U weet allemaal dat u binnen 13 maanden na afloop van het boekjaar uw jaarstukken bij de Kamer van Koophandel moet inleveren. Nu doet deze instantie daar niet zo moeilijk over als dat eens wat later wordt, maar de curator des te meer! Als u in de laatste zes jaar één keer te laat bent geweest met publiceren, maakt u het de curator heel gemakkelijk om u als bestuurder aansprakelijk te stellen. Het mag duidelijk zijn dat u dat niet wilt.

Ja, en zo gaat het nog wel even door. Het is helaas een beetje een zuur stukje geworden en misschien heb ik u een onrustig gevoel bezorgd. Helaas is dat gevoel soms nodig om actie te ondernemen. En doe dat als er nog geen wolkje aan de lucht is, want in het zicht van een faillissement bent u véél te laat. Dus bel vandaag nog een goede accountant en een jurist en laat deze samen met u uw risico’s in kaart brengen zodat u maatregelen kunt nemen of misschien alleen nog de puntjes op de i hoeft te zetten.

U bent baas over uw eigen nachtrust.